Circulariteit in de bouw versnellen
Seppe Van Der Stoelen,
Rob Cornelissen,
Joeri Beneens,
Wouter Vermin
& Chris Slaets
Debat

Circulariteit in de bouw versnellen

Sector bouw - debat

Dat circulariteit in de bouwsector één van de belangrijkste thema’s voor de volgende jaren wordt, staat buiten kijf. De hamvraag is hoe het duurzame gedachtengoed snelheid en draagvlak kan krijgen om tot een bredere toepasbaarheid te komen. STERCK Magazine bracht vijf spelers rond de tafel, allen pioniers in dit domein.

STERCK. De Europese overheid wil met de Europese Green Deal tegen 2050 een carbonvrij continent creëren en maakt daarvoor 1.000 miljard euro vrij. Wat hebben we nodig om in de bouw stappen vooruit te zetten?

Beneens: “Een meer doorgedreven standaardisatie dringt zich in elk geval op. Vandaag zijn we met een consortium van architecten en andere bouwpartners aan het bouwen aan het meest circulaire kantoorgebouw van Europa op Kamp C in Westerlo. Het moet een soort van levende expo worden voor opleidingsinstituten, scholen en vakorganisaties. Met dat gebouw hebben we gezocht naar de ideale maten om meer met standaardisatie te kunnen werken. Als je elke keer opnieuw een prototype moet uitvinden, zijn de studie- en architectenkosten van circulair bouwen te hoog. En standaardisatie hoeft daarom ontwerpvrijheid niet in de weg te staan. We willen zorgen dat materialen hun waarde behouden. Je kan bijvoorbeeld kolommen en balken zoveel mogelijk dezelfde afmetingen geven. Voor de fundering hebben we ook met een volledig cementvrij circulair granulaat gewerkt. Alle onderdelen kan je terug losmaken en hergebruiken, ook de technieken. Die zijn trouwens ontworpen zodat wij voor het gebouw minstens 20 jaar lang zelf zullen instaan voor onderhoud en energie.”

De grootste valkuil voor innovatie zijn standaardbestekken en voorschriften die overal hergebruikt worden maar waarin geen ruimte is voor innovatie.

Vermin: “Voorbeeldprojecten zoals dat op Kamp C zijn erg belangrijk. De overheid moet ook beginnen met alternatieve bestekken. De verantwoordelijkheid blijft uiteraard bij de aannemer liggen. Zowel Joeri als wij – en anderen – hebben al heel wat moeite gedaan, ook met het WTCB, maar het gaat erg langzaam. Er moet nog heel veel gebeuren om durvers de kans te geven om circulaire producten en technieken te gebruiken. Het normeringskader is daarbij belangrijk. We komen mensen tegen die geïnteresseerd zijn om bijvoorbeeld met circulaire chappe van 100% gerecycleerde en cementvrije grondstoffen te werken. Maar de voorschriften in de bestekken maken dit onmogelijk.”

Beneens: “Als aannemer hebben we ook liever dat er een norm beschikbaar is en het product door en door getest is, zodat er zekerheid is. Normering is echt een noodzaak. Op al die circulaire en gerecycleerde producten moeten testen gebeuren voor je ze op de werf kan toepassen. De bedrijven die producten lanceren, moeten zelf initiatieven nemen. Maar de overheid kan daar een sturende rol in opnemen.”

Chris_Slaets_Confederatie_Bouw Chris Slaets
Confederatie Bouw Limburg

“Confederatie Bouw Limburg zet al zes jaar in op transformatie in de bouw. We hebben de bal aan het rollen gebracht met BIM-toepassingen waar op dat moment nog weinig rond gebeurde. We zijn daarmee met werkgroepen aan de slag gegaan. Nu is in het SALK Turbo-plan de bouw opnieuw aangeduid als één van de kernsectoren om onze economie een nieuw elan te geven. Digitalisering en circulariteit zijn de twee belangrijkste thema’s die op ons afkomen. We moeten nadenken over hoe we vandaag met materialen omgaan en hoe we een voorbeeldfunctie kunnen vervullen naar de industrie en de overheid toe.”

Slaets: “De overheid zou bijvoorbeeld de stimulans kunnen bieden om wanneer je circulaire materialen in je bouwproces gebruikt, die aan 6 in plaats van 21% btw te belasten. De grootste valkuil voor innovatie zijn standaardbestekken en voorschriften die overal hergebruikt worden, maar waarin geen ruimte is voor innovatie. Daar is een heel belangrijke opdracht weggelegd voor het WTCB en labo’s zoals het Betonapplicatiecentrum hier in Diepenbeek. Testen kunnen bepaalde zekerheden bieden aan onze aannemers. Pas dan ga je garanties voor aansprakelijkheid kunnen inbouwen. De tienjarige aansprakelijkheid bestaat niet voor niets.” 

Beneens: “Ik zie ook een grote rol weggelegd voor de subsidies van Vlaio. Zij gaan circulaire initiatieven aanmoedigen en geld opzijzetten om testprocedures te doorlopen. Er zijn nu ook werkgroepen aan de slag met de verschillende bestekken om daar meer duurzame oplossingen en producten in te krijgen. Om die vervolgens te gebruiken bij openbare aanbestedingen, zoals de bouw van scholen. Belangrijk is dat de voorschriften niet te strak afgelijnd worden.”

Cornelissen: “Voorbeeld-projecten zijn heel goed en nodig, maar het moet ook ergens toe leiden. Er komen nu te veel spelers op de markt die hun product duurzaam en circulair noemen, maar dat totaal niet kunnen aantonen. Ook opdrachtgevers zondigen door aan te kondigen dat ze circulair gaan bouwen, maar dat bleef in het recente verleden te vaak steken in bijvoorbeeld het voorzien van extra isolatie.

Doordat bouwmaterialen ook energie verbruiken tijdens productie en transport, kan te veel isolatie net slechter zijn voor de totale CO2-uitstoot van een gebouw.. Vanuit proefprojecten moeten we naar normeringen gaan en kijken wat de ­milieu-impact is van de materialen en gebouwen. Dan weet je pas hoe duurzaam je bezig bent.” 

Beneens: “Die meetbaarheid ontbreekt vandaag nog. Er moet een vaste manier van meten komen om circulaire bouwmaterialen te beoordelen. Er zijn al heel wat tools op de markt, maar het is heel moeilijk om met één tool alles af te dekken. Elk gebouw is anders. Je kan daar moeilijk vergelijkbare cijfers op plakken.”

Slaets: “Er is ook een immense rol weggelegd voor de financiële instellingen van deze wereld. Vandaag kijken die vooral naar de terugbetaalcapaciteit van wie komt ontlenen. Of je nu ecologisch, circulair of traditioneel bouwt: het maakt geen euro verschil in wat je betaalt. Dat zou moeten veranderen.”

De circulaire bouw komt er. De vraag is alleen of het over 5 of over 50 jaar zal zijn.

TCO berekenen

STERCK. De grote omslag moet nog komen?

Beneens: “Ja, al denk ik dat die wel al bezig is. Kijk maar naar beursgenoteerde bedrijven die een groot deel van het vastgoed beheren. Ze houden nu al rekening met corporate social responsibility en willen een BREEAM-label behalen voor hun gebouwen. Als de bedrijven die klik maken, zullen de banken wellicht ook volgen.” 

Cornelissen: “Er bestaat nog heel weinig data over de Capex (investeringen in vernieuwingsprojecten) en Opex (exploitatiekosten) van een gebouw over de volledige levensduur. We willen in de toekomst een businesscase opbouwen om de volledige TCO van een circulair gebouw voor die totale levensduur te berekenen. Als je dat in een mooie grafiek kan gieten en aan de lokale overheden kan tonen, gaan die wel mee zijn. En hebben ze ook naar de banken toe een interessante businesscase.”

Seppe_Van_Der_Stoelen_United_Experts Seppe Van der Stoelen
United Experts

United Experts is een groep van studiebureaus die samen 300 mensen tellen en in nagenoeg alle mogelijk domeinen actief zijn. Binnen onze groep willen we heel sterk de circulaire economie mee op de kaart zetten. Zo is U-Mine ontstaan. U-Mine profileert zich als een faciliterend bouworgaan dat hergebruik van materialen afkomstig uit sloop-, ontmantelings-, renovatie- en restauratieprojecten promoot. We stellen vast dat er heel interessante tools beschikbaar zijn, maar ze vinden niet vlot genoeg de weg naar de markt. We willen nu problemen oplossen die men tegenkomt als men binnen 40 jaar een gebouw afbreekt.

Van der Stoelen: “De circulaire bouw komt er. De vraag is alleen of het over 5 of over 50 jaar zal zijn. We moeten zorgen dat we het vanaf het eerste moment goed doen. Daarvoor heb je inderdaad normeringen nodig. Grote bedrijven moeten kunnen testen en experimenteren met de overheid die over hun schouder meekijkt. Als er normen zijn, kan elke aannemer en elke andere speler volgen. Dan kan je niet meer zeggen dat circulaire economie niets voor jou is. Maar je hebt natuurlijk wel die voortrekkers nodig.”

Beneens: "De verschuivingen van Capex naar Opex worden bij openbare aanbestedingen soms al toegepast door delen in het gebouw als een dienst aan te bieden. Zaken zoals verwarming en verlichting kan je gemakkelijk als een dienst aanbieden. In ons project zijn we daar verder in gegaan door zelfs de gevel als een dienst aan te bieden. We werkten met gestandaardiseerde gevelelementen van vijf meter, zodat die mee kunnen groeien met het gebouw. Je moet dan wel kiezen voor materialen die heel lang meegaan.”

Een basisniveau van circulariteit wordt de nieuwe norm.

Materialenpaspoort

STERCK. Het materialenpaspoort is intussen nog heel prematuur?

Beneens: “We hebben subsidies gekregen om dat mee te helpen ontwikkelen. In ons demo-gebouw probeert onze BIM-afdeling nu alle materialen te voorzien van technische fiches en de manier van monteren en demonteren van elk onderdeel op te slaan, zodat die via een QR-code later ingescand kunnen worden. Je kan die gegevens ook gebruiken om aan urban mining te doen. Samen met OVAM en de andere partners in het project werken we ook verder aan een gebouwenpaspoort. We zoeken naar parameters die voor iedereen werkzaam zijn, maar dat is nog heel experimenteel. We hebben nu gekozen om als een speer vooruit te gaan en vijf parameters te gebruiken en daar een draagvlak voor te creëren. Elk materiaal heeft nu al een technische fiche. De Lambda-waarde van veel producten is bijvoorbeeld gekend. Maar het is zoeken naar een systeem om een heel gebouw in kaart brengen.”

Rob Cornelissen Rob Cornelissen
POM Limburg

We zijn een autonoom overheidsbedrijf dat onder de verantwoordelijkheid van voorzitter en gedeputeerde van Economie Tom Vandeput valt. POM Limburg wil onze economie provinciaal versterken via projecten en platformwerking. Zelf ben ik verantwoordelijk voor de bouwsector. Samen met Confederatie Bouw Limburg focussen we op digitalisering en circulair bouwen. We helpen bedrijven om die stap te zetten in hun businessmodellen. We werken nauw samen met lokale overheden en zien daar een gigantische hefboom om het circulaire verhaal te versnellen. In standaard bestekken wordt nu te weinig nagedacht over wat men over 20 jaar met die materialen gaat doen. Overheden hebben gebouwen vaak de volledige levensduur in hun bezit. Dat schept mogelijkheden.

Van der Stoelen: “Momenteel gebruiken we kleurcodes om de erfgoedwaarde te bepalen. Moet iets vervangen of hersteld worden? Welke toekomst heeft het onderdeel nog? We proberen dat nu op materialen toe te passen en dat lijkt te werken.”

Cornelissen: “Op campus Diepenbeek staat een gebouw dat tien jaar geleden volledig gerenoveerd is en nu afgebroken moet worden. Als daar tien jaar geleden rekening mee was gehouden, was de afbraak veel eenvoudiger, goedkoper en meer ecologisch geweest. Het gebouw is ook nooit gebouwd om te demonteren. Het concept van een materiaalpaspoort had heel veel werk en geld kunnen besparen.” 

Als je elke keer opnieuw een prototype moet uitvinden, zijn de studie- en architectenkosten om circulair te bouwen te hoog.

Vermin: “Als je het goed doet, wordt een gebouw een grondstoffendepot dat volledig geïnventariseerd is en waar je kan bijhouden met welke kwaliteit wat gebouwd is, en onder welke gestandaardiseerde afmetingen.” 

Beneens: “Er moet eigenlijk een soort datingsite komen voor bouwmaterialen die voor hergebruik beschikbaar zijn.”  

Cornelissen: “In Nederland bestaat er nu al een initiatief voor bruggen die in 2025 weg moeten en die je nu kan reserveren om ergens anders te gebruiken. Dat zou je ook met gevelbekleding en andere materialen kunnen doen.” 

Beneens: “Er zijn al websites om dergelijke zaken te ondersteunen. Op sommige plaatsen vind je naast de Kringloopwinkel ook een ruimte waar bouwmaterialen ter beschikking zijn voor hergebruik. Zo’n initiatieven gaan alleen maar toenemen, al is het moeilijk om het goedkoper te maken dan nieuwbouw. Misschien dat de stijging van de grondstofprijzen daar wel verandering in brengt.” 

Van der Stoelen: “De schaarste aan grondstoffen en producten leidt in Europa nu toch wel tot het besef dat we te afhankelijk zijn van Azië.” 

Wouter_Vermin_Bioterra Wouter Vermin
Bioterra

Bioterra is gestart als een grondreiniger pur sang, maar is geëvolueerd tot een minerale afvalstoffentransformator. Vandaag zijn we een producent van gerecycleerde granulaten. We zijn klaar voor de toekomst omdat we heel sterk in circulariteit geloven. 40% van alle transportactiviteiten in onze Genkse hoofdzetel gebeuren via de waterweg. We verwerken jaarlijks meer dan één miljoen ton gronden en minerale afvalstoffen. Door onze in-house ontwikkelde natte scheidingsinstallatie zijn we in staat jaarlijks ca. 200.000 ton hoogwaardige gerecycleerde granulaten te produceren. Grondreiniging is goed voor 30 à 40 procent van onze activiteiten. De rest is industrieel afval, zoals baggerslib uit het kanaal, waaruit we zand herwinnen. Bioterra is onderdeel van Groep De Cloedt, een familiebedrijf van de vijfde generatie, internationaal actief in granulaten, bagger- en milieuwerken.

Vermin: “Daar ben ik het mee eens. Toch vind ik het heel frappant dat in het kader van Circular Concrete een studie gedaan is, om herwonnen zand te vergelijken met primair zand. Daarbij zijn 14 factoren in overweging genomen, maar de schaarste aan grondstoffen was daar niet eens bij. Terwijl we in 2018 mondiaal 20 kg zand per dag per persoon gebruiken en we dat onmogelijk kunnen blijven bovenhalen. Zoiets is heel belangrijk om mee te nemen.”

Chris Slaets: “Er wordt in eerste instantie vooral naar de kostprijs gekeken. Arbeid is te duur. Als ik zie wat vandaag bij studiebureaus op de tekentafel ligt … De bouwheer wil dan wel kiezen voor bijvoorbeeld CLT, maar als hij de kostprijs ziet, gaat hij toch terug naar traditioneel bouwen omdat het te duur is.”

Cornelissen: “Hergebruik van bouwmaterialen afkomstig van huidige gebouwen is inderdaad heel moeilijk rendabel te krijgen, denk maar aan gemetste muren en alles dat aan elkaar kleeft door pur en lijmen. We moeten dus naar een nieuwe bouweconomie, waar gebouwen ontworpen worden om te demonteren en hergebruiken. Daar zitten gigantisch mooie businessmodellen in. Maar we moeten dan wel anders (lees: demonteerbaar, herstelbaar en dus circulair) gaan bouwen. Er moeten de nodige incentives komen om dat betaalbaar te maken. Maar door er op een slimme manier mee om te gaan, kan je de kosten wel drukken.”

Voorbeeldprojecten zijn erg belangrijk. De overheid moet ook beginnen om alternatieve bestekken mogelijk te maken.

Circulariteit als nieuwe norm

STERCK. Samengevat: wat is er nodig om circulariteit te versnellen? 

Beneens: “We moeten kunnen terugvallen op standaardisatie. Dan kunnen we duurdere materialen toch aanbieden en een tweede en derde leven geven.” 

Cornelissen: “Een basisniveau van circulariteit wordt de nieuwe norm. Maar er moet regelgeving komen en op lange termijn gekeken worden om een project rendabel te krijgen. Ikea biedt nu al de mogelijkheid om je meubels terug te verkopen. Ook voor de kleinere ondernemers gaat dat komen.”

Van der Stoelen: “We moeten starten met het informeren van alle spelers waarbij je eerst de doeners en de denkers hebt. De overheid moet mee de kar trekken en informatie uitrollen. Niet alleen over materialen, maar ook over standaardisatie, hergebruikinventaris … Vroeger waren er trouwens ook technische fiches van materialen aanwezig, maar daar is gewoon te weinig mee gedaan.” 

Wouter_Vermin_Bioterra Joeri Beneens
Beneens Bouw en Interieur

We zijn een klasse-8 bouwbedrijf met 140 mensen dat actief is in ruwbouw, houtbouw, CLT, interieur, HVAC, aluminium en houten buitenschrijnwerk. Door onze achtergrond als schrijnwerker hebben we al veel houten gebouwen rechtgetrokken, vaak kantoorgebouwen. We trekken zoveel mogelijk de duurzame kaart. Tien jaar geleden hadden we al ons eigen containerpark waarin we 35 verschillende afvalstromen sorteerden. We kunnen tal van referenties in circulair bouwen voorleggen, al 10 jaar door gebruik te maken van CLT en houtskeletbouw. Vandaag zijn we betrokken bij de bouw van het meest circulaire kantoorgebouw van Europa dat op Kamp C gebouwd wordt.

Vermin: “Ik zie twee zaken. We moeten de bestaande normering in vraag stellen en openstellen voor gerecycleerde materialen. Als we dat heel goed definiëren, zullen er ook makkelijker technische fiches komen omdat je veel beter weet waaraan je moet voldoen. En daarnaast moeten we werken met bepaalde incentives zoals bijvoorbeeld fiscale voordelen.”

Slaets: “Als je puur op vrijwillige basis werkt, ga je de doelstellingen van Vlaanderen en Europa niet halen. De overheid zal voor een stuk dwingend moeten optreden. Alleen al in Vlaanderen zijn er 80.000 vastgoedtransacties per jaar. Als je daar geen parameter in gaat brengen om naar een duurzaam verhaal te gaan, blijf je achter de feiten aan hollen. Vervolgens moet je een koppeling maken met de financiële instellingen in het kader van terugbetaalcapaciteit.” 

Van der Stoelen: “Ten slotte is ook creativiteit belangrijk. Dat moet heel hard gepromoot worden. Bouwmaterialen zijn niet altijd evident om te hergebruiken, maar sommige architecten doen fantastische zaken door gewoon ergens een tapijt uit te halen, te versnijden met ander tapijt en daar een nieuwe vloer van te maken. Creativiteit en samenwerking zijn noodzakelijk om van de klassieke bouw naar een circulaire bouw te evolueren.”

Top5 meest gelezen
    Top5 gedeelde artikels