Klaar voor de vierde industriële revolutie
Wim Dries &
Toon Vandeurzen
Genk Burgemeester

Klaar voor de vierde industriële revolutie

Regio - Genk Burgemeester

Wat de uitdaging ook is, de sluiting van de mijnen en Ford Genk of de coronacrisis: Genk weet zich elke keer Building Back Better-gewijs te transformeren. Nieuwe kansen te grijpen. Verder te bouwen op de gevestigde waarden maar tegelijk ruimte en zuurstof te geven aan innovatieve ideeën. Na elke tegenslag past de stad haar economische weefsel opnieuw aan. Om nog hogere toppen te scheren dan voorheen. Een gesprek met Wim Dries, burgemeester van deze ondernemende stad, en schepen van Economie Toon Vandeurzen.

De geschiedenis van Genk kan je samenvatten in vier industriële revoluties. “Een eerste revolutie zette zich in omstreeks WOI met de impact van de mijnen. Een tweede aan het eind van de jaren 50, begin van de jaren 60 toen Ford Genk op zijn hoogtepunt was. Een derde revolutie startte in de jaren 90 met de bloei van de logistieke sector. En nu staan we op de voorste rij bij de ontwikkeling van het vierde belangrijke tijdperk: Smart Industry of Industrie 4.0”, legt Wim Dries uit.

STERCK. Succesvol transformeren lijkt wel dé sterkte van de stad. Hoe komt dat?

Wim Dries: “Het is volgens mij een samenspel van verschillende aspecten, zowel op beleidsmatig als economisch vlak. De overheden spelen zeker een rol, maar ook de gunstige locatie in Limburg en Midden-Europa. De komst van de mijnen heeft natuurlijk veel teweeggebracht. Het heeft ons als stad voor het eerst op de kaart gezet. De invloed van de aanwezige industrie op het maatschappelijke veld is simpelweg niet te onderschatten. De mensen, de cultuur, de nieuwe woningen, bedrijven die hier opportuniteiten zien … Vroeger, en nu nog steeds, passen we een triple helix-model toe: we laten kennisinstellingen, overheden en bedrijven samenwerken. We zijn trouwens nog altijd het hart van de maakindustrie. Maar ook de logistiek en de chemische industrie staan hier sterk. Genk-Zuid is het vierde grootste industrieterrein van Vlaanderen. Dat wil wat zeggen.”

herinrichting van de Ford-site in 3 zones
  • Gemeenschappelijk goed
    Openbaar domein, groen, horeca, logistieke poort ….
  • Genk Green Logistics
    Joint venture van Group Machiels en Intervest Offices & Warehouses: drie grote duurzame hallen in houtskelet waarvan alvast twee ingevuld.
  • H. Essers Dry Port Genk
    Trimodale megasite, praktisch gelegen aan het Albertkanaal.

STERCK. Maar de focus ligt niet enkel op multinationals?

Dries: “Zeker niet. Wij willen de mayonaise zijn die de diverse ondernemingen samenbrengt. We hebben heel wat bedrijven in Genk met hoofdzetels in Japan, China, Zwitserland, het VK … Maar we streven voortdurend naar een gezonde mix tussen lokale en Limburgse familiebedrijven, kmo’s en grote spelers.”

Toon Vandeurzen: “We willen in feite campussen ontwikkelen waar microservices elkaar aanvullen, waar bedrijven elkaar voeden. Daarom trekken we dus graag kmo’s aan die focussen op vernieuwing. Wat handel en horeca betreft, geven we de kans aan ketens, vooral in het centrum dan. Maar enkel in combinatie met lokale handelaars. In overleg met UNIZO zoeken we een oplossing voor familiebedrijven die geen opvolging meer hebben. Die willen we niet zomaar ‘vervangen’ door ketens.”

Port of Limburg

STERCK. Wordt de oude Ford-site zo’n nieuwe campus?

Dries: “Dat hopen we inderdaad. Toen we besloten de terreinen opnieuw in te richten, trok dat meteen de aandacht van ondernemers. We hebben dus grondig gebrainstormd over de aanpak. Ford was een systeembedrijf. Er ontstonden toen heel wat faciliteiten. En dit grote oppervlak biedt dus opnieuw veel mogelijkheden. Het is de bedoeling om er een Port of Limburg van te maken: een haven aan het Albertkanaal om goederen via het water te vervoeren, een plek voor logistieke verankering en een samenkomst van diverse microservices. Met duurzaamheid als rode draad natuurlijk. Ons plan lijkt te slagen. Er zijn van bij het begin veel aanvragen en alles verloopt aan een sneltempo.”

STERCK. Jullie gaan over het algemeen voor een verweving van zones?

Dries: “Klopt. We willen diensten en faciliteiten samenbrengen. Alles goed connecteren. Ambachten weer in het centrum zien. We stellen momenteel (of binnenkort) circa 200 bedrijfsunits ter beschikking, verdeeld over 10 à 15 projecten. Vaak tegen een industriezone of woongebied aan om alles goed te verweven. Maar dat betekent niet dat we te midden van een woonwijk een kmo-zone gaan plaatsen. En voor ambachten die enige hinder met zich meebrengen, zoeken we een gepaste plek.”

Genk-Zuid is het vierde grootste industrieterrein van Vlaanderen. Dat wil wat zeggen.

STERCK. Is er ook ruimte voor pop-ups?

Vandeurzen: “Wij hanteren vooral het principe van stadsfabriekjes: creatieve maakbedrijfjes. Dat is een fijne manier om starters te laten proeven van het ondernemerschap. Je krijgt een subsidie, stevige ondersteuning, hulp bij het businessplan en de zoektocht naar de ideale locatie, enzovoorts. Echte pop-ups kunnen in Genk wel, maar we springen er verstandig mee om. Het mag geen concurrentieslag met lokale handelaars worden. Het moet allemaal passen in een beleving rondom een thema zoals de feestperiode.”

Ondernemerschap stimuleren

STERCK. Bieden jullie een degelijke begeleiding voor ondernemers?

Vandeurzen: “Ondernemen zit in ons DNA, dus dat is voor de stad enorm belangrijk. We staan er zelfs voor gekend. Onze dienst Ruimte en Economie draagt daar ook toe bij. Of je nu een eenmanszaak bent of een multinational hebt, in Genk staan we je met raad en daad bij. Zolang je als ondernemer maar inzet op duurzaamheid en tewerkstelling natuurlijk.”

Dries: “We proberen de ondernemers ook te stimuleren om met digitale tools te werken. Zo bieden we 5.400 euro voor handel en horeca om te spenderen aan e-commerce. Een webshop of een systeem van klantenkaarten bijvoorbeeld. Corona forceerde heel wat zaakvoerders ook wel om die kant van hun business te ontwikkelen.”

STERCK. Hoe ondersteunen jullie verder de Genkse ondernemers tijdens de pandemie?

Vandeurzen: “We wilden op alle mogelijke manieren vermijden dat onze kmo’s het lastig kregen. Het totaalpakket van onze maatregelen bedraagt ongeveer 6 miljoen euro, waarvan 4,5 miljoen voor een tax holiday. We deden ook de bedrijfsbelastingen dalen, zelfs voor de komende jaren. Mede door die inspanningen zijn er voorlopig weinig faillissementen. En het aantal werklozen is ondanks de pandemie nog nooit zo laag geweest. Al hebben sommige sectoren het toch moeilijk gehad, vooral dan de eventbedrijven en andere specifieke bedrijfstakken die te kampen hadden met een tekort aan grondstoffen.”

Industrie 4.0

STERCK. Hoe plannen jullie de Industrie 4.0 in Genk waar te maken?

Dries: “Eén van onze bouwstenen is de creatieve economie. En die centraliseren we in Thor Park, EnergyVille en C-mine. Daar groeien de ideeën. Daar inspireren we bewoners en ondernemers. Daar vindt Smart Manufacturing plaats. Nergens in Vlaanderen vind je zoveel Strategische Onderzoekscentra (SOC’s) samen. We hebben zelf geen universiteit, maar trekken de laatste 15 jaar wel heel wat SOC’s aan. Zo werken we samen met Imec, VITO, UHasselt, KULeuven, Flanders Make … Toen we het expertisecentrum startten, was de top vijf van Europa behalen ons doel. En dat is gelukt.”

Genk_Wim_Dries_Toon_Vandeurzen

STERCK. Om de duurzame transitie waar te maken, is er toch ook nood aan mankracht?

Dries: “Net daarom leiden we mensen nu op in onder meer T2. Want de komende 20 à 30 jaar zal er veel veranderen. In iedere woning moet een andere meter en andere, duurzame verwarming komen, om maar iets te noemen. We bereiden ons daar dus alvast op voor. Op de arbeidsmarkt wil ik de komende decennia trouwens evenveel diversiteit zien als bij onze Genkse inwoners. Dat is gezond en nodig. Het draagt allemaal bij tot de vorming van een vruchtbare voedingsbodem om verder op te bouwen.”

LATTE

STERCK. Voor welke uitdagingen staat Genk nog?

Vandeurzen: “We zijn op het vlak van toerisme enorm gegroeid de afgelopen jaren. We hebben maar liefst 190.000 overnachtingen per jaar. C-mine en het Nationaal Park Hoge Kempen trekken veel volk. Maar er is nóg een doelgroep die uitbreidt: de mensen die events en congressen bezoeken en de onderzoekers die naar Thor Park komen. Daar moeten we ons op voorzien. We willen hen niet enkel een knap logement aanbieden, maar ook tonen wat de stad zo aantrekkelijk maakt.”

Dries: “Ik wil graag nog meer inzetten op wat Herman Konings ‘LATTE’ noemt: het lokale, authentieke, traceerbare, trouwhartige en ethische van de stad. Mensen zijn, zeker bij staycations, op zoek naar échte cultuur, échte keuken, échte mensen. Genk is multicultureel, werelds zelfs. Daar moeten we mensen van laten proeven. In de Vennestraat is dat alvast geslaagd. Nu wil ik de Stalenstraat nog meer uitstraling geven. Verder wil ik ook weer levendigheid in het stadscentrum brengen.”

STERCK. Jullie zien de toekomst voor ondernemers in Genk ongetwijfeld rooskleurig in?

Dries: “Absoluut. We hebben de juiste cocktail in handen. En we bieden mensen kansen mét begeleiding. Ik wil komaf maken met die schrik voor ondernemen. Ik wil jongeren net prikkelen om de sprong te wagen. Bij sporten mag je wel falen. Maar bij ondernemen lijkt dat nog altijd een probleem. Lukt het je niet meteen? Is je eerste zaak geen succes? Dan ben je zogezegd verbrand voor het leven. Die redenering vind ik niet juist. Volhouden, doorzetten en veerkracht vinden, dat is de boodschap. En dan geraak je er wel.”

Top5 meest gelezen
    Top5 gedeelde artikels